Publicatie in Vee&gewas, editie 30, zaterdag 26 november 2011.

Interesse in voercentrum
Een voercentrum in Oost-Nederland zou in Twente of in de Achterhoek kunnen komen.
Een hoge veedichtheid binnen een straal van15 kilometeris cruciaal voor de locatiebepaling.
Dat zegt André Willems, eigenaar van Willems&Wetens AgroAdvies uit Haaksbergen. Willems organiseerde dinsdag in Beckum een informatieavond over een regionaal voercentrum. Ruim zestig boeren, loonwerkers en andere geïnteresseerden kwamen daar op af.
Een groot deel nam Sijbren Mulder voor zijn rekening, één van de initiatiefnemers van het Voercentrum in Leeuwarden, dat nu ruim een jaar draait. Mulder kon rekenen op tientallen kritische vragen en opmerkingen van de aanwezigen. Hieruit bleek enerzijds een afwachtende houding, maar ook belangstelling voor een voercentrum.
Lees verder op pagina 5.
'Kengetallen zijn vaak een black box'
(Vervolg van de voorpagina)
Het Voercentrum in Friesland startte in 2010 met 6 boeren en 600 melkkoeien. Inmiddels doen daar 28 melkveehouders mee en worden ruim 2.800 koeien in hun volledige rantsoen voorzien vanuit een centraal punt, een industrieterrein in Leeuwarden. Het voercentrum koopt ruwvoer van de deelnemende boeren in en levert een rantsoen terug. Voor het aanbrengen zijn boeren zelf verantwoordelijk, het leveren gebeurt dagelijks op een vaste tijd aan het voerhek. Begeleiding bij de voeding en teelt is onderdeel van de service van het voercentrum.
Juist dat is nieuw voor veel boeren, ervaart Mulder. „Welke boer weet zijn rantsoenefficiëntie, de hoeveelheid melk die uit een kilo droge stof kan worden gehaald? Vaak is dat een black box. Bij ons krijgt een boer daar minstens eens per week informatie over. Ook wordt hij afgerekend op de kwaliteit en kwantiteit van het ruwvoer. De economische drijfveer om kengetallen te verbeteren groeit onder de boeren, want ze worden er direct op afgerekend.”
Van elke vracht wordt drogestof gemonsterd van elke 10e vracht de samenstelling als VEM, ruw eiwit en suiker. Het voercentrum betaalt, afhankelijk van de kwaliteit, 8-9 cent/kg ds uit aan de boer. De rantsoen prijs lag in december op 16,3 cent/kg ds.
Kritische opmerkingen van de aanwezige boeren hadden met name betrekking op het verschil in schaalgrootte tussen Friesland en het oosten. „In Friesland hebben de veehouders veel grotere percelen, daar hebben ze sneller tientallen hectares gemaaid dan hier. Als het voercentrum dan op een bepaald tijdstip zoveel hectare wil hebben, is dat niet zo snel te doen dan in het noorden” vindt Marcel Tenhagen, uit Rietmolen.
Twee andere veehouders uit Beckum toonden ook hun interesse, maar liepen toch tegen veel vragen aan. „De opzet klinkt goed, maar grote vraag blijft wat het ons oplevert, zeggen ze. Toch proeft het tweetal wel degelijk interesse onder collega-veehouders. „Het leeft wel, want her en der lopen meer boeren tegen het arbeidsvraagstuk aan op het bedrijf.”
Als voordeel zien veel boeren het goedkoper grondstoffen in kunnen kopen door een voercentrum. Wat betreft de beperking van de keuze uit een beperkt aantal rantsoenen en overleg over het oogstmoment worden niet als grote problemen gezien.
Een voordeel van het voercentrum is dat de deelnemers allemaal exact hetzelfde rantsoen voeren. „Dus als de koeien bij jou zakken in productie en bij de andere boeren niet, dan kun je daarop sturen. Want je weet dan dat het niet aan het rantsoen ligt”, legde Mulder uit.
Aan de orde kwamen ook uitbraken van dierziekten, zoals salmonella, patatbc en MKZ. Mulder: „Kalveren tot een jaar voeren we niet vanwege para tbc-besmettingsgevaar. En bij MKZ kan een boer terugvallen op balen die we tot op de erfgrens bezorgen.”
Op 8 december staat in Weerselo een tweede infobijeenkomst gepland. Daarna worden verdere stappen ondernomen, laat Willems weten.
Heeft u een mening of wilt u reageren?
Stuur ons een bericht: 